Foto : Floriane Retaux
Vanaf haar studie aan de Sorbonne tot aan haar opleiding aan ENSCI-Les Ateliers ontwikkelt Margot Graziani een textielpraktijk die wordt gekenmerkt door kleur en materiaal. Geïnspireerd door de natuur creëert zij levendige composities waarin het weven een ware taal wordt. Haar samenwerking met Sessùn rond de Ezia-lamp is een voortzetting van deze verkenning: zij ontwerpt de lampenkap als een textieloppervlak en speelt daarbij met kleuren en vrije vormen, net als bij een geweven doek. Het licht brengt dan de rijkdom en de gevoeligheid van haar werk volledig tot uiting.
Een ontmoeting met een kunstenares voor wie kleur de bron van alles is, en wier weefwerken stukje voor stuk een fragment van de natuur en van emotie vastleggen.


Zou je ons iets kunnen vertellen over je loopbaan en over wat je ertoe heeft gebracht om textiel als artistiek medium te kiezen?
Ik ben mijn studie begonnen met een dubbele bachelor in literatuur en talen aan de Sorbonne. Maar beetje bij beetje veranderde mijn studentenkamer in een opslagplaats voor allerlei soorten restjes stof die ik had verzameld… Ik was gefascineerd door textielconstructies; ik wilde begrijpen hoe deze stoffen werden gemaakt en dat bracht me op ideeën. Ik realiseerde me toen dat ik er mijn beroep van wilde maken. Ik ben dus helemaal opnieuw begonnen met studeren, eerst aan een kunstvoorbereidingsschool in Parijs en daarna met een masteropleiding textielontwerp aan de Ensci-Les Ateliers. Dankzij deze vier jaar aan de Ensci heb ik de traditionele techniek van het weven op een handweefgetouw onder de knie gekregen. Het bewerken van garen en het weven zijn mijn taal geworden, mijn manier van uitdrukken: ik vind daarin vrijheid in de materialiteit en in de combinatie van kleuren.
Je atelier bevindt zich in de buurt van Dieulefit, in de Drôme Provençale, en je maakt je kleurstoffen uit natuurlijke grondstoffen. Hoe beïnvloeden deze omgeving en de natuur om je heen je creaties en kleurenpaletten?
Ik ben altijd al gepassioneerd geweest door kleur. De inspiratie voor het gebruik van kleuren uit natuurlijke bronnen ontstond toen ik naar Arles verhuisde en ging samenwerken met het textielonderzoekslaboratorium van Atelier Luma. Terwijl ik me verdiepte in de traditionele technieken van het verven met plantaardige kleurstoffen, heb ik tegelijkertijd onderzoek gedaan naar de kleuren die afkomstig zijn van mediterrane verfplanten. Met deze planten, die ik zelf plukte of bij lokale telers kocht, creëerde ik kleuren en tinten die rechtstreeks uit het landschap voortkwamen. Dit protocol blijft mij bijstaan in mijn nieuwe omgeving in de Drôme. Er bestaat dus altijd een nauwe band tussen mijn kleurenpaletten en het landschap om mij heen.

Is er een herinnering of een plek die je textielwerk in het bijzonder inspireert?
Ja, de natuur! De natuur stelt mij in staat om contact te maken met heel eenvoudige emoties en met een gevoel van universele schoonheid. Omdat ik in de Provence woon, ben ik veel buiten, en dan observeer ik de vorm van de heuvels, het winterlicht, de zonsondergangen, de veranderingen in de vegetatie door de seizoenen heen… Ik fotografeer graag bloemen en bladeren die mijn aandacht trekken door hun kleuren of vormen, en soms gebruik ik deze foto’s als uitgangspunt voor mijn weefwerken. Mijn natuurlijke omgeving is een dagelijkse inspiratiebron die mijn werk doordrenkt en zich vermengt met mijn jeugdherinneringen.


Kun je ons je creatieve proces beschrijven, vanaf het maken van de kleurstoffen tot en met het vervaardigen van je geweven creaties?
Kleur vormt altijd het uitgangspunt van mijn creatieve proces. Ik heb vaak een bepaalde kleur in gedachten, of een kleurenpalet, dat ik eerst met pastelkrijt of potloden uitprobeer. Dit is de fase van de spontane schets. Vervolgens reproduceer ik het assortiment met planten en plantenextracten door mijn eigen geconcentreerde afkooksels te bereiden, die ‘plantinkten’ worden genoemd en waarin het fixeermiddel, aluin, al is verwerkt. Dit onderzoek dat ik in mijn kleurenlaboratorium uitvoer, kan enige tijd in beslag nemen. Wat ik het leukst vind, is om die inktkleuren vervolgens te combineren met garens op mijn weefgetouw. Het kan gaan om garens die ik zelf verf, of om voorgeverfd Frans linnen. Op mijn weefgetouw ontstaan door het schilderen met inkt en de draden die ik gaandeweg weef min of meer abstracte en altijd heel kleurrijke vormen. Uit deze confrontatie tussen de kleuren ontstaat juist die bijzondere vibratie.
Je hebt een lampenkap ontworpen voor de Ezia-lamp van Sessùn. Kun je ons iets vertellen over deze samenwerking en over de manier waarop je je
textielaanpak in dit ontwerpproject hebt geïntegreerd?
Ik ben erg gecharmeerd van de stijl van Sessùn. De rijkdom aan materialen, kleuren en texturen, maar ook de aandacht voor ambachtelijk vakmanschap en de banden met de kunst en de ateliers van kunstenaars. Ik zag daar een verband tussen de wereld van Sessùn en mijn werk: het kleurenpalet, het palet van de kunstenaars. Het leek me vanzelfsprekend: ik wilde mijn werk rond het onderzoek naar kleur voortzetten, op een zeer intuïtieve en spontane manier, net als bij verfpaletten. Vervolgens heb ik twee kleurpaletten samengesteld en twee vrijvormige ontwerpen getekend die op deze verbeeldingswereld zijn
gebaseerd. De Ezia-lamp biedt dankzij haar vierkante en langgerekte vorm veel vrijheid om mee te werken, dus heb ik haar gewoon beschouwd als een van mijn geweven doeken.

Welke projecten of onderzoeken boeien je momenteel? Welke richting wil je de komende jaren aan je artistieke praktijk geven?
Momenteel onderzoek ik nieuwe diktes en kwaliteiten van garen om meer textuur en materialiteit in mijn werken te brengen. Ik gebruik een breed scala aan grondstoffen en aarzel niet om mijn weefsels opnieuw te bewerken zodra ze van het weefgetouw zijn gehaald; dit boeit mij des te meer omdat ik momenteel druk bezig ben met onderzoek naar mijn werkinstrument, het weefgetouw. Ik stel me een nieuw, op maat gemaakt gereedschap voor dat mijn bewegingen bij het weven en schilderen nog vrijer zou maken, zodat ik nieuwe, minder beperkte schaalniveaus kan bereiken. Dit is een richting die mij de komende jaren na aan het hart ligt: het vervaardigen van grote geweven stukken, die net zo kleurrijk zijn als altijd en die hun plek in de ruimte volledig innemen.
Kun je ons iets vertellen over een verrassing die zich tijdens je proces heeft voorgedaan en die uiteindelijk een nieuwe creatieve weg heeft geopend?
In mijn atelier werk ik steeds vrijer en intuïtiever, dus dat leidt onvermijdelijk tot verrassingen! Ik vind het erg leuk om te spelen met de losse ketting- of inslagdraden om de essentie van de weeftechniek te benadrukken: draden die elkaar kruisen om een oppervlak te vormen. De laatste tijd speel ik met de spanningen tussen de ketting en de inslag, die onverwachte volumes creëren. Dit is een nieuw onderzoekstraject dat ik momenteel aan het verkennen ben en dat mij in staat stelt om bepaalde werken meer diepte of driedimensionaliteit te geven. Het is heel spannend om uit het zeer vlakke, gerasterde oppervlak van het weefsel te treden!


Wat is er momenteel in je atelier te vinden: voorwerpen, gereedschap, inspiratiebronnen uit het dagelijks leven?
Daar staat een oud houten weefgetouw, omringd door mijn weefgereedschap, zoals weefschuiven en klossen met natuurlijke garens (linnen, papier, hennep, wol). De muren zijn vaak beplakt met lopende projecten of onderzoeken, weefmonsters en vooral tekeningen. Ik heb ook een ruimte ingericht als mijn ‘kleurenlaboratorium’ voor het bereiden van de inkt. Er zijn gedroogde planten, een weegschaal, pigmenten, bakjes en penselen te vinden. En natuurlijk een paar kunstboeken die mij dagelijks inspireren… Een boek van Etel Adnan of een gids over natuurlijke kleuren ligt altijd binnen handbereik.



